Huis (van God) (februari 2026)

Voor mijn verjaardag , in december, kreeg ik van de kinderen een kleurig keramieken huisje. Als decoratie, voor op tafel of in de vensterbank. Deze wintermaanden is het de tijd om het in huis aangenaam te maken. Rond de Kerst lukt dat goed met lichtjes en dennengroen. De maanden erna steken daar een beetje bleek bij af. Mensen in Noorwegen hebben nog veel meer korte dagen dan wij in Nederland. Daar is het inrichten en prettig maken van je huis een ware levenskunst geworden, las ik in De Volkskrant. Overigens gaan ze daar, net als wij, ook in de wintermaanden veel naar buiten, om een winterdip tegen te gaan.
Een huis dat een thuis is, is veel waard. Meer dan in de geldwaarde van de stenen zit dat in de sfeer in huis. En die zit op haar beurt niet zozeer in de gezellige spullen (al helpt dit wel) maar in de verhouding tussen haar bewoner(s) en gasten. 
Mensen noemen de kerk vaak ‘het huis van God’. Dat kan het zijn. Het is zeker haar opdracht. Maar ook hier geldt: wat er in gebeurt, hoe de levenshouding binnen is, bepaalt of ze dat is of niet. Het ‘huis van God’ is ook bijbels gezien niet een vaststaande plek, of een gebouw. Eerder een tent. Het ontstaat dáár waar mensen in Zijn Naam en in de ‘gezindheid’ van Christus samenleven. Kortom: of er liefde in dat huis is, of niet. Of mensen elkaar het goede leven gunnen en toewensen. Liefde heeft vele vormen en is soms subtieler aanwezig dan we in eerste instantie aanvoelen. Het is ook kwetsbaar. Het kan een tijdje afwezig zijn en dan terugkeren. En daar hebben wij zelf invloed op.
In het huisje dat ik cadeau kreeg past een waxinelichtje. Als dat brandt, straalt het helemaal. Voor mij staat het symbool voor een huis, een plaats, waar Gods geest aanwezig is of niet. Het aansteken van een simpel lichtje is daarvoor niet genoeg, maar het wijst ons er wel op. Op de mogelijkheid, op de veelvormigheid, als iets om je best voor te doen en als iets wat je soms zomaar gegeven wordt.

Wikke Huizing


 

In drievoud Dank! (januari 2026)

Terwijl de Top 2000 van dit jaar zachtjes op de achtergrond klinkt, wil ik iedereen bedanken voor de plezierige samenwerking in het afgelopen jaar! Dat is een goede gewoonte geworden en ik meen het uit m’n hart! Gemeente-zijn doen we samen en een predikant begint helemaal niets in haar eentje; ik zou dat ook niet wíllen. Veel ging er goed, af en toe ging er iets mis; in de communicatie, in de uitvoering. Maar dat hoort erbij, het is menselijk. Belangrijk is dat we allemaal ons best doen om elkaar en de Eeuwige te dienen met onze inzet.
Wat hebben we weer veel beleefd met elkaar in diensten, kringen en in gesprekken bij elkaar thuis of in het ziekenhuis. Dank voor het gedeelde vertrouwen!
De afgelopen weken ontvingen we thuis vele kaartjes en appjes met goede wensen voor het komende jaar. Iedereen iets terug sturen lukt ons al jaren niet. Daarom vanuit het Kerkblad iedereen dank gezegd voor de vaak creatief vormgegeven wensen! En ook u allen een gezegend 2026 gewenst!
Ds. Wikke Huizing
 

Advent…Verwachten…hoe dan? (december 2025)

Met Advent kijken we verwachtingsvol uit naar de komst van Christus, als mens van God in de wereld. Dat is vrome taal, en theologisch/liturgisch juist, maar wat zeg ik eigenlijk daarmee? Wat of wie verwacht ik eigenlijk zelf? Leef ik überhaupt met een verwachting, met hoop? En welke kleur, welke warmte, welke richting heeft die verwachting dan? Hoe heeft die verwachting met God te maken? Het leuke van een stukje moeten schrijven is dat je daar over moet nadenken en navoelen. Ik kom tot het volgende en deel dat graag met u:
- mijn verwachten is niet meteen een concreet, materieel, persoonlijk verwachten. Mijn leven is goed, ik heb niks te klagen.
- het is meer spiritueel…en van dááruit concreet. Hoe? Ik hoop en verwacht dat, telkens opnieuw, Christus kan opstaan in mij en in mede-gelovigen, in mensen. Dat Hij in ons geboren wordt.
- en dat kan zich dan uiten in hoe we in het leven staan…creatief, met een barmhartig oog en gulle handen, liefdevol.
- Dat ik hoop en verwacht dat dit telkens weer gebeurt is omdat het omgekeerde ook steeds het geval is in mij: Christus sterft. Ik laat hem dood gaan in mij. Door… aan mensen voorbij te leven, door angst, door keuzes in mijn dagelijkse handelen die schadelijk zijn voor de schepping, medemensen, mijzelf. Denk aan concrete dingen: soms vlees of teveel zuivel eten, kleding dragen die onder erbarmelijke omstandigheden zijn gemaakt, deelnemen aan een samenleving die op te grote voet leeft en andere samenlevingen arm houdt. Dat is geen directe persoonlijke schuld…, we ontkomen niet aan veel dingen, maar zo werkt de wereld wél en ik wil daar niet voor weg kijken.
- maar ik wil er ook niet spiritueel, geestelijk, aan ten onder gaan! Mijn levenslust en vrolijkheid verliezen onder de zwaarte van alles wat mis is. En het gevoel van onmacht om er veel aan te veranderen, behalve m’n eigen kleine levenskeuzes. En daarom geloof ik dat Christus in ons geboren moet worden. In de gemeenschap van mensen die God eren in woord en daad.
- dat er mogelijkheid van ommekeer en opstanding is. Die hoop wil ik levend houden. En die hoop is in dat kind dat ooit geboren werd, onder hele slechte voorwaarden en tegelijkertijd onder de beste. Is in de liefde waar hij voor stond en staat.
- Dus in de adventtijd wil ik met jullie “Kyrië-eleïson” zingen en bidden. En “Gloria in excelsis “ zingen met Kerst, om de verwachting en de hoop levend te houden.
- en de creativiteit, zin tot samenwerken, levenslust en hoop in ons te laten opstaan. En als die er al was…levend te houden en concreet te maken
- Dat is onze roeping als gemeente van Christus. En iets om uitbundig te vieren. In de liturgie en in het dagelijkse leven. . Liturgie bepaalt ons daarbij, wekt de hoop op. We vieren de verwachting tot waarheid; we vieren de gedachte dat het koninkrijk van God onder ons is, wáár. En dat geeft ons kracht! Zachte kracht, maar kracht.
- En o, ja, ik verwacht en hoop wel iets héél concreets: dat het kerkasiel in Kampen een goede afloop zal hebben voor de betrokken familie en alle ‘gewortelde’ kinderen, in het komende jaar. Dat onze collectieve inzet ( op zich al een bijzonder positieve ervaring voor alle vrijwilligers!) vrucht mag dragen. “Kom tot ons, de wereld wacht, Heiland, kom in onze nacht..” Lied 433.

Wikke Huizing
 

De toekomst van de kerk

Als predikant maak ik deel uit van de Werkgemeenschap Noordkop. Daarin bespreken we o.a. boeken. In verschillende kerkbladen als bijv. Woord en Dienst en het Ouderlingenblad werd een boek van dr. Aarnoud van der Deijl positief besproken. Het heet De toekomst van de kerk; een essay vol rouw en hoop. Een titel die bij mij niet meteen enthousiasme opriep; eerder een soort vermoeidheid. Blijkbaar bij m'n collega's ook want niemand bood aan om de bespreking te leiden. Voor ik het wist stak ik mijn hand op... vooruit dan maar. En gelukkig, want het blijkt een heel goed boek! In de zin van dat het goed geschreven is, veel inzicht biedt en echt een eerlijk gesprek opent over de toekomst. Van der Deijl is predikant en schrijver, met een brede kennis en netwerk. Hij bespreekt allereerst 'zeven plannen die de kerk niet konden redden'. Zo noemt hij o.a. 'Rituelen opleuken; de EO-jongerendag' en: 'Verhalen ontmythologiseren: niet echt gebeurd, maar toch waar'. En 'Gemeenschappen vitaliseren: de vitale en aantrekkelijke gemeente'. Herkent u ze? Stuk voor stuk initiatieven waar hij zelf bij betrokken is geweest, die best veel gebracht hebben. Hij is er helemaal niet negatief over. Maar concludeert wél dat ze alle valse hoop geven áls je als doel had dat ze de kerk zouden 'redden'. Ze hebben zelfs misschien de ontkerkelijking wel versneld... want zijn alle meegegaan in marktdenken, zo stelt Van der Deijl. Het boeiende aan het boek is enerzijds de analyse en de rouwvolle conclusie dat de kerk (in het Westen) niet te redden is. Zij zal klein worden. Maar daarnaast gaat Van der Deijl in gesprek met een aantal mensen die juist in de afgelopen jaren van ?buiten? zijn toegetreden tot de kerk. En dat zijn geen mensen uit de Opwekkingsbeweging o.i.d. maar mensen als Stephan Sanders en Yvonne Zonderop. Die ook schrijven en vertellen in het publieke domein over hun zoek- en vindtocht. Juist zij zijn bij uitstek in staat om de vinger op de juiste kwesties te leggen. Van der Deijl legt hen de vraag voor of wij het als individuele mensen én als maatschappij wel redden zonder de kerk. En pleit met hen voor een hernieuwde nadruk op 'toewijding'. Hij eindigt met een 24-tal gespreksstellingen. Ik ben benieuwd naar het gesprek met de collega's en hoop daarvan te berichten. Voor wie mee wil lezen: De toekomst van de kerk, Aarnout van der Deijl, Uitg. Skandalon, 2023.

Wikke Huizing

Pastoraat

Een aantal mensen uit onze gemeente die met acute gezondheidsproblemen hebben te maken (gehad), hebben een nieuw evenwicht gevonden. Niet allemaal geheel hersteld; er is blijvende schade, maar pijn en gevaar zijn voorbij. En voorzichtig nemen ze weer deel aan het (gemeente)leven. Daar zijn we blij om! En we wensen hen zo mogelijk nog meer herstel dan wel bemoediging om met de beperkingen te leven. Regelmatig worden berichten gedeeld van geboorten van kleinkinderen, filmpjes van mooie momenten in gezinnen, kinderen die trouwen of anderszins iets te vieren hebben met hun ouders en familie. Dat is altijd mooi om met elkaar mee te maken en elkaar te kunnen feliciteren! En er zijn ook de berichten over zorgen en rouw. Een zoon die ziek is, een zus die sterft, een partner die niet meer thuis kan wonen. Aandacht voor elkaars verhalen en meeleven: het is zo belangrijk en zo eenvoudig. Het doet goed om te merken dat dit volop gebeurt.

Wikke Huizing
×